De Tuinhoeve

Uw online bloemen & planten gids!

Categorie: Vaste Planten

Je tuin opfleuren met lavendel?

Breng de Provence in je tuin met lavendel. Kies voor winterharde planten en geniet zomers lang van hun intense geur. Met deze tips wordt lavendel planten en snoeien een fluitje van een cent.

Welke lavendel kopen?

Wil je jarenlang genieten van paarse lavendel in je tuin, kies dan voor winterharde soorten. Het best bestand tegen ons klimaat is de lavandula angustifolia of echte lavendel. Daarvan bestaan er heel wat populaire variëteiten zoals de Hidcote en de Munstead. Heel mooi maar minder winterhard zijn de kuiflavendels, ook vlinderlavendels genoemd. Een voorbeeld daarvan is de lavandula stoechas. Kuiflavendels groeien van nature in Zuid-Europa. Ga je minder winterharde lavendel kopen, plant die dan op een goed beschutte plek of in een pot op je terras. Welke soort je ook kiest, elke lavendelplant is een echte bijenmagneet. En dat is alleen maar goed voor onze biodiversiteit.

Wanneer lavendel planten?

Lavendel planten kan het hele jaar door, met een lichte voorkeur voor de lentemaanden. Dan krijgen je planten meteen een stevige boost en in de zomer sta je al te pronken met een paars getinte tuin. Plant je lavendel in de droge zomermaanden, geef dan goed water. 

Vanaf de herfst is het in onze streken meestal vochtig genoeg. Regelmatig water geven is dan overbodig. Plant je in het najaar, dan komt je lavendel het volgende voorjaar schitterend tot bloei.  

Waar lavendel planten?

Als haagje of bodembedekker, in een border of in een pot op het terras: lavendel brengt geur en kleur waar je maar wil. Kies bij voorkeur wel een plekje in de zon. Lavendel houdt van een kalkrijke en vlot drainerende bodem. Zandgrond is ideaal. Heb je kleigrond? Maak de bodem wat luchtiger met bodemverbeteraar. 

Hoe lavendel planten?

  • Voeg bij het planten extra kalk toe. Lavendel verdraagt geen zure grond. 
  • De ideale plantafstand voor dwergplantjes zoals de Hidcote is 35 centimeter. Voor grotere planten zoals de Munstead is dat 40 à 45 centimeter. Plant je lavendel als bodembedekker, reken dan op 6 à 7 planten per vierkante meter.
  • Vergeet niet elk jaar opnieuw kalk te strooien voor je lavendel in de vollegrond. Bemesten is overbodig.
  • Planten in een pot? Voorzie een goede afwatering, zodat je lavendel nooit natte voeten heeft. Geef lavendel in een pot twee keer per jaar organische meststof.

Hoe en wanneer lavendel snoeien?

Lavendel snoeien doe je twee keer per jaar. Gebruik een goede snoeischaar.

  • Knip op het einde van de bloeiperiode de uitgebloeide bloemetjes en de topjes van de stelen weg. Zo gaat je lavendel netjes en groen de winter in.
  • Snoei lavendel eind maart, begin april volledig terug. Knip altijd in het groen, niet in het onderste, verhoute gedeelte van de takjes. Er moeten een paar groene blaadjes overblijven. 
  • Door goed te snoeien verjong je de plant en stimuleer je de groei van nieuwe takjes. Snoei je lavendel niet terug, dan krijgt de plant dikke takken en wordt het een verwilderde bos.

Slakken biologisch bestrijden in de hosta’s.

Slakken in de hostatuin milieuvriendelijk bestrijden.

Slakken en Hosta’s, dikwijls worden ze in één adem genoemd. Niet altijd terecht overigens want de meer recente soorten Hosta’s hebben een dikker en dus voor de slakken een onaangenaam blad. Toch krijg ik heel vaak vragen over slakken en het bestrijden ervan. In dit artikel wil ik dan ook alles eens op een rijtje zetten in de hoop de tuinliefhebber, en de hostaliefhebber in het bijzonder, van dienst te zijn.
Er valt heel veel te vertellen over slakken. Sommige slakken zijn héél lekker zoals bv. de wijngaardslak. Andere slakken zijn dan weer prachtige beestjes met mooie slakkenhuisjes of waterslakken met een kleurenpracht te vergelijken met die van tropische vissen. Over deze lieverds, die door sommige mensen zelfs als huisdier worden gehouden, gaan we het verder niet hebben. Er zijn ook erg vervelende en vraatzuchtige slakken zoals de veldslak en de aardslak. Zij zijn het die de tuinliefhebber grijs haar en slapeloze nachten bezorgen. Onze aandacht gaat van nu af naar hen uit. Om op doeltreffende wijze slakken te kunnen weren uit de tuin, is het belangrijk om een en ander van ze af te weten. Waar houden ze van of juist niet, wie zijn hun vijanden, hoe planten ze zich voort

slakken bestrijding


naaktslakken zijn de grote boosdoeners voor schade aan de bladeren

Slakken kunnen we globaal indelen in twee soorten: waterslakken, de overgrote meerderheid, en landslakken. Bij beide soorten heb je naaktslakken en huisjesslakken. In elke tuin leven enkele honderden slakken in de grond, waarvan het overgrote deel zeer klein is en goede werken verricht. Vele slakken eten algen, bladafval of humus. Slechts enkele soorten zijn planteneters. Huisjesslakken eten voornamelijk algen en plantaardig afval en in veel mindere mate eten ze echt van je mooie tuinplanten. De grote veelvraten, die verantwoordelijk zijn voor de meeste schade aan bladplanten, zijn de naaktslakken. Slakken gaan het liefst uit eten ’s avonds en ’s nachts. De luchtvochtigheid is dan hoog en het is niet te warm. Overdag, tijdens en na regenbuien, komen ze ook wel eens te voorschijn. De tong van de slak is een soort rasp met allemaal kleine hoornen tandjes erop. Slakken raspen hun voedsel fijn in plaats van te bijten. Als het ’s nachts stil is in de tuin, kan ik soms een ijverig raspende slak betrappen omdat ik het raspende geluid hoor! De levensverwachting van de naaktslak is negen tot twaalf maand. Huisjesslakken worden veel ouder. Ik las ergens over een wijngaardslak die als huisdier werd gehouden en negentien jaar was geworden. Huisjesslakken zijn dan ook over het algemeen maar geslachtsrijp na enkele jaren, terwijl de naaktslak al na twee maand voor een nageslacht kan zorgen. Slakken zijn tweeslachtige dieren. Ze kunnen dus allemaal eitjes leggen en daar beginnen ze in het voorjaar mee. Wanneer ze uit hun winterslaap ontwaken, beginnen slakken eerst met heel veel te eten en daarna te paren. Na een paar weken zijn de eitjes rijp en worden ze gelegd en ingegraven. Slakkeneitjes zijn doorschijnend wit of beige, rond en twee tot vijf millimeter groot. Huisjesslakken leggen dertig tot zestig eieren, naaktslakken leggen er wel vierhonderd! Na een drietal weken komen de kleine slakjes (met huisje en al) uit het ei gekropen en beginnen de smullen.

Slakken houden niet van droogte en warmte. Tijdens de zomer houden huisjesslakken dan ook een zomer- of droogteslaap. Dit wil zeggen dat ze gedurende een week of drie hun huisje afsluiten met een slijmlaagje dat droog en hard wordt. Tijdens hevige regenbuien worden ze tussendoor soms wel eens wakker maar zoeken daarna weer een beschut plekje op en slapen verder. Na de zomerslaap worden de huisjesslakken weer actief en gaan ze heel veel eten om reserves op te bouwen voor de komende winterslaap.

Slakkenschuilplaatsen opruimen:
Nu we de slakken zo een beetje kennen, kunnen we beginnen met ze te bestrijden.
Slakken houden van vochtige omstandigheden en verschuilen zich overdag tegen droogte en warmte. Het spreekt voor zich dat het opruimen van deze slakkenschuilplaatsen al een stap in de goede richting is. Potten en stapels stenen, afgevallen bladeren maar ook een afdeklaag van boomschors, stro of gras zijn geliefde schuilplaatsen. De composthoop kan ook een slakkenparadijs zijn. Het gevaar bestaat dat men met de compost ook de slakken en eieren over de tuin verspreidt. Stroken hoog gras rond bv. boomstammen en ook dichte bodembedekkers zoals bv. klimop zijn voor slakken uitverkoren plekjes. Het is natuurlijk onmogelijk om al deze potentiële schuilplaatsen op te ruimen maar een aantal kan je zeker wel doen.

       

Preventieve maatregelen:
Je kan ook preventieve maatregelen treffen. Wanneer ik in het voorjaar mijn Hosta’s die in potten staan verpot of de pot proper maak, kijk ik altijd eens goed of ik geen slakkeneieren in de aarde zie. Vrij regelmatig kan je hele hoopjes eieren vinden die je gemakkelijk kan verwijderen. Voorkomen is nog altijd beter dan genezen. Schoffelen kan ook een preventieve maatregel zijn. De bovenste grondlaag droogt dan een beetje uit en je hebt minder grote aardkluiten waar de slakken overdag graag tussen en onder schuilen.


H.Paradigm heeft groot stevig blad waar slakken niet van houden.

Natuurlijke vijanden:
Met het oud Engels gezegde: “Je hebt geen slakkenprobleem, je hebt een eenden gebrek”, zijn we bij de natuurlijke vijanden van de slak beland. Sommige natuurlijke vijanden van de slakken heb je vanzelf in de tuin. Je kan ze natuurlijk aanmoedigen en het ze zo goed mogelijk naar hun zin maken. Zo heb je er een bondgenoot in je strijd tegen slakken bij. Vogels zoals merels, lijsters, spreeuwen en eksters hebben voldoende beschutte plaatsen nodig om te schuilen en te broeden. Struikgewas, een paar bomen en een dichte haag als tuinafscheiding zijn ideaal. Kikkers, padden en reptielen zijn ook natuurlijke vijanden van de slak. Omdat zij houden van dezelfde vochtige leefomgeving als de slak zelf, is het uiteraard niet zo een goed idee om het (omgevingsgewijs) deze diertjes naar de zin te maken.

Andere spontane helpers zijn insecten zoals loopkevers, glimwormen, libellenlarven en vliegenlarven. Ook enkele spinnen, o.a. de hooiwagen, is een bondgenoot. Een tijd lang had ik ook een egel in de tuin. Deze sympathieke slakkeneter had het nadeel dat hij soms met zijn stekeljasje in de Hostablaren haperde en er zo gaten in trok. Als er zich in je tuin niet veel bondgenoten spontaan aandienen, kan je er ook een paar introduceren. De eenden uit het eerder genoemde gezegde of kippen zijn echte slakkenvreters. Nog een vogel die dol is op slakken is het parelhoen. Dit beestje scharrelt rond in de tuin zonder bloemen of planten te beschadigen en heeft geen hok nodig. Hij eet zoveel slakken en insecten dat je hem zelden hoeft bij te voederen. Een ideale tuinvriend dus.


H.Revolution is een tetraploïde Hosta die het de slakken bijzonder moeilijk maakt.

Biologische bestrijding:
Een ander minuscuul klein bondgenootje is de nematode Phasmarhabditis hermaphrodita. Het werken met deze aaltjes kan men biologische bestrijding noemen. Via de ademhalingsopening van de slak, dringen de aaltjes binnen. Daar beginnen zij zich te vermeerderen en te parasiteren. De aangetaste slak stopt met eten waardoor ze dood gaat. Onder de handelsnaam Nemaslug worden deze gedroogde nematoden verkocht. De gebruiksdosis is 300 000 aaltjes/m2 per keer! Bij deze methode komt heel wat kijken. Zo is o.a. de temperatuur van belang. Vanaf 8°C werkt het, maar beter is 15-16°C. De bodemtemperatuur mag gedurende de twee weken na de behandeling (=de periode van werkzaamheid), niet onder de 12°C dalen. Het droge product moet opgelost worden in water om daarmee de bodem te begieten.

De bodem moet goed vochtig zijn en gedurende de hele behandelperiode goed vochtig blijven. De nematoden verplaatsen zich namelijk via vocht. Het begieten met Nemaslug mag enkel gebeuren bij schemering omdat UV-licht de aaltjes doodt. Onder ideale omstandigheden, d.w.z. voldoende vocht en voedsel, blijven de nematoden tot 4 weken leven. Bij gebruik van meststoffen en in het bijzonder mosbestrijder ijzersulfaat, kan de werking van deze methode sterk verminderen. Een heel gedoe dus om dit middel goed toe te passen. Goedkoop is dit ook niet. Voor een paar honderd m2, ben je al gauw 100€ kwijt.

Slakkenjacht:
De methode die ik zelf toepas nl. de slakkenjacht is gratis en ook zeer doeltreffend. Het kost je alleen wat tijd en discipline om elke avond als het donker is, gewapend met een zaklamp, op jacht te gaan. De plaatsen waar ik overdag eventueel een beetje slakkenvraat zag, bezoek ik eerst. Goed kijken en luisteren is de boodschap. Soms hoor je de slakken letterlijk raspen! Na verloop van tijd wordt dit werkje routine en kan je al jagend genieten van de sfeer in je nachtelijke tuin. Persoonlijk vind ik het heerlijk om in alle rust en stilte zo intens contact te hebben met mijn planten. ’s Nachts zien ze er ook anders uit dan overdag. Het is wel aangeraden om over deze avondlijke of nachtelijke tuinavonturen je buren in te lichten, zodat ze die dwalende zaklamp in je tuin niet zodanig verdacht vinden dat ze de politie waarschuwen… Wanneer je deze milieuvriendelijke slakkenbestrijding consequent toepast, zijn er na verloop van tijd nog nauwelijks plantenvretende slakken in je tuin.


H.Loyalist is een traaggroeiende mooie Hosta.
Het dikke blad houdt slakken wel op afstand.

Chemische bestrijding:
Voor mij is het belangrijk om op een zo milieuvriendelijk mogelijke wijze met mijn tuin en Hostaverzameling bezig te zijn. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen vind ik af te raden. Slakkenkorrels zijn niet alleen giftig voor slakken en schadelijk voor het milieu. Ze zijn ook schadelijk voor vogels, egels, huisdieren en niet te vergeten nieuwsgierige kleine kinderen. Een ongelukje is gauw gebeurd. Onder de handelsnaam Escar-Go bestaat er nu ook een slakkenkorrel die biologisch afbreekbaar is. Deze korrels zijn op basis van ijzer en (ferri)fosfaat. Slakken die deze korrels opnemen, stoppen met eten en gaan dus na verloop van tijd dood. Voordeel is dat er geen resten van de slak of slijmsporen overblijven. Een nadeel is dat dit middel enkel werkt tegen naaktslakken, maar dat zijn dan ook de schadelijkste.


H.Touch of Class is een H.June sport met een zeer dikke bladsubstantie. Deze Hosta wordt zo goed als niet door slakken aangetast.

Vallen plaatsen:
Het plaatsen van vallen is ook een milieuvriendelijke oplossing voor een slakkenprobleem. Wanneer je een grote tuin hebt, vraagt dit ook wel een beetje inzet en tijd. Je moet de vallen niet alleen plaatsen, het is ook de bedoeling om ze dagelijks te controleren. De vallen kan je grosso modo indelen in twee soorten. Ten eerste kan je gewoon op strategische plaatsen in de tuin dingen neer leggen waar de slakken, nadat ze ’s nachts op stap zijn geweest, gaan onder schuilen. Hiervoor kan je zowel grote bladeren gebruiken zoals van de rabarber, als bv een zeil of plastiek zakken. Het is dan de bedoeling dat je in de loop van de dag de slakken gaat inzamelen die onder je schuilplaatsen zijn gekropen.

Ten tweede zijn er ook nog de vallen waar slakken in verdrinken. Ze bestaan uit een ondiep potje dat je ingraaft in de grond zodat de rand er nog net iets bovenuit steekt. Deze potjes vul je voor ongeveer de helft met zoet bier of bier met een lepel suiker. Volgens sommigen worden de slakken aangetrokken door de gistgeur, anderen beweren dan weer dat het zoete de slakken aantrekt. Door de alcohol beneveld, raken de slakken niet meer uit het potje en verdrinken ze. Ook bij deze methode is het de bedoeling om elke dag de dode slakken te verwijderen. Het is ook best om boven de vallen een soort afdakje te maken. Zo kan het er niet in regenen en wordt het mengsel niet verdund of kunnen er geen andere dieren zoals bv kikkers in de val sukkelen.
In de handel zijn ook kant en klare overdekte biervallen te koop. Deze methode is naar het schijnt zeer efficiënt indien je genoeg vallen plaatst. Ik vraag me wel af of al die zoetigheid dan weer geen wespen en mieren aantrekt. Je zou dus ook, zoals sommige bronnen vermelden, het bier kunnen vervangen door melk. Alhoewel de melk dan wel weer zou kunnen worden opgedronken door poezen en egels.

Aanpassen van de ondergrond:
Veel mensen denken dat je door het creëren van een “scherpe” ondergrond, slakken ook kunt weghouden van je mooie tuinplanten. Ze strooien fijn gemalen eierschalen of schelpjes, kattenbakvulling, koffiedik, zaagsel, rijnzand, dennennaalden, … De lijst is bijna onuitputtelijk en in de praktijk wordt het al gauw duidelijk dat dit allemaal niet zo doeltreffend en soms ronduit lelijk is. Bij regenweer werken de meeste van deze barrières helemaal niet. Dat komt voor de slakken, die van vochtig weer houden, goed uit. Het is ook zo dat de slak vooraan in de voet een speciale klier heeft die slijm produceert. Al kruipend wordt het slijm over de hele voetzool verdeeld. Je zou kunnen zeggen dat de slak zichzelf smeert, zodat ze gemakkelijk over iedere soort ondergrond kan kruipen. Als het moet zelfs over een scherpe glasrand of de rand van een scheermesje, zoals ik zag op een foto!!


H.St.Paul is een sport uit H.Paul’s Glory met zeer dik blad.

Besluit:
Als verzamelaar van Hosta’s, bouwde ik in de loop der jaren heel wat ervaring op in het, op een milieuvriendelijke mannier, bestrijden van slakken. Ik wil dan ook graag samenvattend afsluiten met deze tips die voor mij zeer doeltreffend zijn gebleken.
De nieuwere generatie Hosta’s heeft doorgaans een veel dikker en slakonvriendelijker blad. Bij het uitkiezen van Hosta’s doe je er goed aan hier rekening mee te houden. Hosta’s waar slakken het erg moeilijk mee hebben zijn : H.Touch of Class, H.Twilight, H.Thunderbolt, H.Revolution, H.St.Paul, H.Rich Uncle en nog een hele reeks andere moderne cultivars.
Plekjes in de tuin die schuiloorden zijn voor slakken, kan je best zoveel mogelijk opruimen.
Het regelmatig vangen van slakken voorkomt dat ze zich in grote getale voortplanten en een plaag worden.
Zo, nu kan iedereen aan het experimenteren.

Zijn jouw vaste planten klaar voor de winter?

Nu de herfst volop zijn intrede heeft gemaakt en de winter voor onze deur staat, sommen we voor jou graag nog op welke werkjes je in de tuinborder kan uitvoeren om met een rustig gemoed de winter in te gaan.

Vaste planten in de border (volle grond) 

Het merendeel van de vaste planten en siergrassen die worden gekocht, komt terecht in de volle grond. Een kleiner gedeelte belandt in bloembakken of in potten. Veel mensen vragen zich af wat ze het best kunnen doen om hun vaste-plantenborder zo goed mogelijk voor te bereiden tegen de vrieskou. Om hierop een correct antwoord te geven, is het belangrijk om te weten hoe de planten overwinteren en dus de ‘ongunstige’ periode doorkomen.

IN THEORIE…Alle planten hebben een bepaalde ‘levensvorm’. Deze levensvorm is de manier waarop ze zijn aangepast aan het milieu waarin ze leven. Het was de Deense botanicus Christen Christiansen Raunkiær die een indeling maakte op basis van de plaatsing van de organen van de planten, waarbij vooral de overwinteringsknoppen van belang zijn.

Zo zijn er geofyten of kryptofyten (zij hebben ondergrondse wortelstokken zoals Anemone nemorosa, knolletjes zoals Ranunculus ficaria of bollen zoals Narcissus), hemikryptofyten (knoppen net op of onder de bodem, vaak beschermd door een pol of rozet zoals Hieracium pilosella), chamaefyten (overwinteringsknoppen maximaal 50 cm boven de grond. Dwergstruiken, kruipende planten, grasachtigen en zeggen behoren hiertoe). De overige levensvormen zijn niet van toepassing op onze vaste planten en komen hierom niet aan bod.

De verschillende levensvormen van Raunkiær

Foto:  De verschillende levensvormen van Raunkiær. 1= Fanerofyt; 2-3= Chamaefyt; 4= Hemikryptofyt; 5-6= Geofyt; 7= Helofyt; 8-9= Hydrofyt. 

De meeste planten in de tuinborder zijn niet-groenblijvend en zullen op dit moment van het jaar in herfsttooi zijn om nadien af te sterven. Hun knoppen bevinden zich vaak ondergronds, maar de uitgebloeide bloemstengels of het bruine blad worden best niet weggeknipt want dit geeft de plant veel voordelen in de winter. De verdroogde stegels, bladeren en andere plantendelen zorgen voor: een isolerende laag die de warmte van de bodem langer vasthoudt, tempering van hevige inslag van de regen, een betere bescherming tegen uitdrogende wind en een schuil- of overwinteringsplek voor vele insecten en andere fauna.

IN DE PRAKTIJK…Voor jouw vaste-plantenborder kan je dus best wachten tot half februari vooraleer alles af te maaien. Bij mixed-borders kan het aanzicht soms rommelig worden en dan kan je eventueel nu al maaien. Belangrijk is dan wel om niet te kort te maaien en het maaisel te laten liggen als bescherming. Door niet te kort te maaien, houden de hogere stengels het maaisel op zijn plaats bij hevig wind. In het voorjaar dien je dan een tweede maal te maaien, deze keer tot tegen de grond. Vervolgens wordt al het maaisel afgevoerd.

Er zijn taken die je op dit moment van het jaar kan doen:
Bij beplanting met veel winterse structuur kan je alle scheve en gebroken stengels verwijderen. Indien nodig kan je planten verplaatsen of verwijderen. Tot eind deze maand kan er nog worden bijgeplant.

Bij beplanting met weinig winterse structuur, beschermen de meeste soorten zichzelf relatief goed en zijn er dus weinig bijkomende maatregelen nodig. Verwijder het dood materiaal.

Overige taken, toegelaten in elk type beplanting:
Plantendelen die last hebben van schimmelziektes zoals meeldauw, kan je verwijderen. Haal nog een laatste maal overgebleven onkruiden uit de border. Zo maak je meteen een goede start in het voorjaar. Het najaar is de ideale periode om te bekalken. Kalk verhoogt niet alleen de pH, het is ook een bodemverbeterend middel dat de bodemstructuur positief beïnvloedt en zorgt voor een betere opname van voedingselementen door de planten. Meststoffen worden nu niet toegediend (zie verder in het hoofdstuk hierover) en mogen trouwens nooit samen met kalk gegeven worden. Kalk blokkeert de opname van elementen zoals fosfor of kalium door de wortels van de plant.

gunnera winterbescherming

Omdat eenjarigen geen overwinteringsknoppen hebben en hun levenscyclus ten einde is, mogen de resten van deze planten wel verwijderd worden.

Groenblijvende vaste planten zoals Vinca, Carex, Festuca,… hoeven nooit gemaaid te worden, deze kan je in het voorjaar wel wat opruimen door met een hark of met de hand de minder mooie delen weg te ‘kammen’.

Misschien heb je ook enkele vaste planten die niet honderd procent winterhard zijn? Sommige planten zoals Gunnera of Acanthus durven het al eens laten afweten bij langdurige temperaturen onder het vriespunt. Deze kan je best afdekken met een laag droge bladeren of snoeisel van coniferen. Bij Gunnera kan je het eigen blad gebruiken als afdeklaag in combinatie met stro. Acanthus kan dan weer worden afgedekt met een deken. Op deze manier zal hij zijn blad behouden en bloeit hij volgend jaar.

Bemesten kan je beter uitstellen tot het voorjaar. Wanneer de planten nu nog groeischeuten zouden aanmaken dankzij de meststof, dan is de kans op vorstschade groot omdat ze niet genoeg tijd gehad hebben om voldoende af te rijpen. 

© 2020 De Tuinhoeve

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑